Zowel All Wheel Drive als vierwielaandrijving zijn handig als je op een glad wegdek onderweg bent. Wat zijn precies de verschillen?

Automatisch of handmatig inschakelen
Een van de grootste verschillen tussen AWD-auto's en auto's met vierwielaandrijving zit hem erin wie beslist wanneer alle vier wielen aangedreven worden. Bij all wheel drives vervullen elektronische sensoren deze rol; bij vierwielaandrijving is de bestuurder degene die aan een hendel trekt of op een knop drukt om alle vier de wielen aan te drijven.

AWD staat altijd 'aan'. Dat betekent dat de sensoren er op ieder moment voor zorgen dat alle wielen worden aangedreven wanneer dit nodig is.

4WD wordt handmatig ingeschakeld. Normaal gesproken heb je een hoge gearing voor op de snelweg een een lage gearing voor off-road rijden of rijden in dikke sneeuw.

Ideaal voor het 'echte werk'
Beide systemen zijn handig als je op een glad wegdek onderweg bent. Ja, ze zijn eigenlijk gewoonweg geweldig, met name vergeleken met hoe auto's met achterwielaandrijving op sneeuw of ijs presteren. AWD is wellicht de beste optie als je in de stad woont en niet al te vaak met sneeuw en ijs te maken hebt. 4WD is wellicht de beste optie op plaatsen waar de winter vroeg begint, lang duurt en streng is. Beide systemen hebben invloed op het brandstofverbruik omdat ze de auto zwaarder maken. Beide systemen zorgen er eveneens voor dat de banden sneller slijten.

AWD-auto's zijn over het algemeen net zozeer met het oog op luxe en stijl als op prestatie in moeilijke rijcondities ontworpen – van de Subaru Impreza in het lage marktsegment tot de Bentley Continental en Lamborghini Murecielago in het hoge marktsegment. Bij 4WD-auto's gaat het met name om de prestatie: denk bijvoorbeeld aan Land Rover, Jeep en zowat alle andere moderne SUV's.